Vormsel

 
 

Het vormsel.

Het vormsel bevestigt de doop. Oorspronkelijk was het vormsel een onderdeel van de doop. Ook nu wordt bij een volwassene of een kind boven 12 jaar, het vormsel onmiddellijk na het doopsel toegediend. Johannes de Doper heeft gezegd dat hij doopte met water, maar dat Jezus zou dopen met de heilige Geest (Matteüs 3,11). Bij de doop in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest, wordt die Geest ook al bemiddeld, maar in het vormsel komt dat nog eens expliciet tot uitdrukking. De Geest, wordt op voorspraak van Jezus Christus, geschonken als een steun in je leven. De heilige Geest van God schenkt iemand zeven gaven: de gave van wijsheid en verstand, van inzicht en sterkte, van kennis, van ontzag en van liefde voor Gods naam. Door deze gaven zal iemand beter kunnen begrijpen, beter verbanden kunnen leggen, meer geduld krijgen met andere mensen, meer kracht om de weg door het leven te gaan, meer ontzag voor God en meer liefde voor mensen. Het vormsel in onze parochie wordt gegeven aan de kinderen van groep acht of de leeftijd van 12 jaar hebben bereikt. De bisschop is de bedienaar van het vormsel, maar vaak besteedt hij deze taak uit aan een andere vormheer.

In het Pinksterverhaal ervaren de leerlingen van Jezus, dat de Geest van God hen geschonken wordt en hen naar buiten drijft om de blijde boodschap te verkondigen. (Handelingen 2, 104).