De zeven sacramenten

De zeven sacramenten van de kerk

Het getal zeven is een belangrijk symbolisch getal binnen de katholieke kerk.

Zeven is het getal van de volheid, van de volmaaktheid, van het compleet zijn.

Er zijn 7 deugden, 7 kardinale fouten, 7 werken van barmhartigheid, 7 gave van de heilige Geest, de aarde werd in 7 dagen geschapen en zo zijn er ook 7 Sacramenten.

In de zeven sacramenten ontmoet de gelovige Jezus Christus zelf. Door de zeven sacramenten ontvangen wij de volheid van Gods genade.

Op het moment dat het sacrament toegediend wordt, is Hij aanwezig, met zijn liefde en kracht, met zijn troost en vergeving. Het wezenlijke van de sacramenten, onzichtbaar voor onze ogen, is de aanwezigheid van Jezus Christus zelf, die de mens in het sacrament ontmoet. Wij maken het sacrament zichtbaar en invoelbaar, door gewone eenvoudige en allerdaagse dingen. Gedoopt wordt met water, brood wordt gebroken, zalf en olie wordt uitgesmeerd, handen worden opgelegd. Het zijn eenvoudige menselijke dingen waarmee de sacramenten vorm gegeven worden. Toch weet elke gelovige, als je het sacrament ontvangt, gebeurt er iets heiligs, iets unieks. God is dan te ervaren met je hart, het voelt alsof Hij je aanraakt, je heel nabij is. De sacramenten zijn bijzondere en bewuste ontmoetingsmomenten met Jezus Christus. In en door de sacramenten verandert Jezus de mens ten goede, zet hen apart en gaat met hen op hun levensweg. Zijn armen staan wijd open, wij kunnen ons geheel aan Hem toevertrouwen.

De sacramenten zijn in te delen in drie groepen:

Drie sacramenten zijn gericht op het intreden en verdiepen van het geloof. De doop en het vormsel zijn als een soort initiatie in het geloof en de eucharistie (communie) is er om zich voortdurend door dat geloof te laten voeden. Dan zijn er twee levenskeuze sacramenten, waarin de verbondenheid tussen God en mensen tot uitdrukking komt, namelijk het huwelijk en de wijding. Ten slotte zijn er twee sacramenten, die mensen bijstaan op hun levenspad, in zowel verdriet als moeite. Het sacrament van de ziekenzalving en dat van de verzoening.

Het doopsel

Het doopsel is het eerste sacrament van de kerk. Hierdoor wordt je opnieuw geboren als kind van God. Je treedt binnen in de grote geschiedenis van God met de mensen en krijgt er een plaats waar je met naam gekend en genoemd wordt. Je wordt opgenomen in de geloofsgemeenschap en mag ook alle andere sacramenten ontvangen. Het water van de doop heeft een dubbele betekenis, het was je schoon en geeft levenskracht om te kunnen groeien tot een volwassen christen. Kinderen worden gezalfd met olie en chrisma, om ze de nabijheid van Gods Geest te geven. De doopkaars wordt ontstoken aan de Paaskaars en wij bidden dat het licht van Christus ook deze mens licht en warmte mag schenken voor onderweg.

Het vormsel.

Het vormsel bevestigt de doop. Oorspronkelijk was het vormsel een onderdeel van de doop. Ook nu wordt bij een volwassene of een kind boven 12 jaar, het vormsel onmiddellijk na het doopsel toegediend. Johannes de Doper heeft gezegd dat hij doopte met water, maar dat Jezus zou dopen met de heilige Geest (Matteüs 3,11). Bij de doop in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest, wordt die Geest ook al bemiddeld, maar in het vormsel komt dat nog eens expliciet tot uitdrukking. De Geest, wordt op voorspraak van Jezus Christus, geschonken als een steun in je leven. De heilige Geest van God schenkt iemand zeven gaven: de gave van wijsheid en verstand, van inzicht en sterkte, van kennis, van ontzag en van liefde voor Gods naam. Door deze gaven zal iemand beter kunnen begrijpen, beter verbanden kunnen leggen, meer geduld krijgen met andere mensen, meer kracht om de weg door het leven te gaan, meer ontzag voor God en meer liefde voor mensen. Het vormsel in onze parochie wordt gegeven aan de kinderen van groep acht of de leeftijd van 12 jaar hebben bereikt. De bisschop is de bedienaar van het vormsel, maar vaak besteedt hij deze taak uit aan een andere vormheer.

In het Pinksterverhaal ervaren de leerlingen van Jezus, dat de Geest van God hen geschonken wordt en hen naar buiten drijft om de blijde boodschap te verkondigen. (Handelingen 2, 104).

De eucharistie ( Te ontvangen vanaf de eerste heilige communie).

Al sinds Jezus tijdens de laatste gezamenlijk brood en wijn maaltijd met zijn leerlingen de woorden sprak: “Neem en eet, dit is mijn lichaam …..neem en drink, dit is mijn bloed…..doe dit tot mijn gedachtenis”, herhalen en beleven christenen deze maaltijd. Christenen geloven en ervaren in de eucharistische gaven Jezus zelf te ontmoeten en er steeds weer opnieuw door te worden gesterkt. De eucharistie is en blijft een groot mysterie, de mensen delen samen het hemels brood dat voor hen gebroken wordt en voelen zich daardoor sterk met God en alle medemensen verbonden. Communie is een mooi en bekend woord voor deze maaltijd en benadrukt het aspect van samen kerk zijn. Het stukje brood dat de mensen ontvangen wordt ‘hostie’genoemd. ‘Hostia’ is het Latijnse woord voor ‘offer’. Jezus offert zichzelf steeds weer, deelt zich aan de mensen uit en trekt met ze mee de toekomst in. Jezus biedt de mens in dit sacrament hoop op een definitieve toekomst, eeuwig leven in de nabijheid van God, zijn en onze Vader. Maar ook hier en nu een zalig en gelukkig leven waar men zich geborgen weet en in echte vrijheid leven en genieten kan van al het mooie dat ons gegeven is. Geloof, hoop en liefde komen bij elkaar en geven de mens kracht en moed om zich in te zetten voor een rechtvaardige en liefdevolle samenleving. Ook kan een christen rekenen op steun bij verdriet en tegenslag. Het is Jezus zelf die door alle pijn heen zijn doel heeft bereikt en zich geborgen wist in de liefde van zijn Vader.

Het huwelijk.

Mensen gaan een weg door het leven. Daarbij houden ze elkaar vast. De meeste mensen kiezen voor één speciale partner om zich aan te binden en om samen door het leven te gaan. Ze trouwen dan.

Katholieken zien als hoogtepunt van dat huwelijk het verbond dat ze samen sluiten ten overstaan van God in de kerk, waar de priester of diaken hun huwelijk inzegent. Met hun jawoord dienen bruid en bruidegom elkaar dit sacrament toe. Reeds vanaf het begin van het christendom werd het huwelijk verbonden met Gods liefde. Huwen is dus Gods liefde ontvangen en tot basis willen maken van je relatie. Gods liefde is onvoorwaardelijk. Daarom is het huwelijk voor de katholieke Kerk ook onverbrekelijk. Man en vrouw verlaten hun ouders en hechten zich aan elkaar en deze twee worden één lichaam. Ze zijn dus niet meer twee, maar één. Daarom, wat God heeft verbonden, moet de mens niet scheiden (Marcus 10,7-9).

In het sluiten van het huwelijk met elkaar geven mensen ook God  een belangrijke plaats. Hij is opgenomen in hun verbond, zijn liefde hebben ze nodig om goed en vriendelijk voor elkaar te zijn en voor de kinderen die hun misschien zullen worden toevertrouwd, hun hele leven lang. Juist daarom ziet de katholieke Kerk het huwelijk ook als een eenmalige keuze. Liefde en trouw horen onverbrekelijk samen. Dek realiseert zich ook wel dat vasthouden aan de huwelijkstrouw in alle tijden en met name in de huidige tijd lastig kan zijn voor mensen die ermee worstelen, zij wil naar die mensen luisteren en in gesprek komen en blijven. Ook het geluk in een huwelijk bestaat uit heel veel delen, altijd is er ergens een deel te kort. Zit echter niet te zeuren over wat je ontbreekt, maar juich en geniet om wat je samen in handen hebt.

De wijding

Sommige mensen willen hun leven meer exclusief met Christus verbinden. Mannen en vrouwen kunnen kiezen voor een religieus leven en lid worden van een actieve of contemplatieve (biddende) klooster orde. Ongehuwde mannen kunnen kiezen voor de priesterwijding en gehuwde mannen voor de wijding tot diaken. Priesters en diakens verzorgen de vieringen en bedienen de sacramenten, maar bovenal hebben zij zorg voor het welzijn van de mensen die aan hen zijn toevertrouwd. De wijding geld voor de rest van je leven en dus wordt ook hier onverbrekelijke trouw en liefde van de wijdeling verwacht. Door gebed en geloofsverdieping wordt de liefdes band met Christus en de mensen steeds vernieuwd en hechter.

Verzoening.

Ieder mens weet hoe moeilijk het is om geen fouten te maken. Het is bijna onmogelijk. Van Jezus horen wij dat God mensen altijd weer vergeeft als zij berouw hebben. Daar naast roept Jezus de mensen op elkaar eindeloos te vergeven. Altijd moet iemand voor eigen fouten vergeving vragen aan degene die hij of zij misschien gekwetst heeft. Durf daarbij zelf de eerste stap te nemen en wacht niet te lang op die ander, want dan wordt het steeds moeilijker. Voor je eigen gemoedstoestand, is het goed om fouten uit te spreken en om vergeving te ontvangen. Katholieken geloven dat de priester in staat is om, in naam van Christus, iemands fouten te vergeven, indien deze oprecht spijt betoont. Tijdens een rustig biechtgesprek kunnen zaken die je belasten besproken worden en de priester je in naam van Jezus Christus vergeving schenken. Veel oudere katholieken hebben moeite met dit sacrament, omdat ze in hun jeugd gedwongen werden te gaan biechten. Soms staan jongere er juist onbevangen tegenover, en ervaren het als een kans om hun geweten scherp te stellen en zo met God en zichzelf in het reine te komen en met een bevrijd gevoel verder te gaan.

Ziekenzalving

Bij ernstige ziekte, of aan het einde van iemands leven, mag de gelovige zeker weten dat Christus heel nabij is.  In het Evangelie zien we hoe Jezus ontroerd werd door het lijden en verdriet van de mensen. Zelf heeft Hij het lijden en de angst gekend. Daarom is het sacrament van de zieken het sacrament van Jezus nabijheid, in jouw lijden, verdriet en angst. Vroeger werd het ‘sacrament van de stervenden’ genoemd, omdat het vaak aan het einde van iemands leven gegeven werd. Nu ontvangen gelovigen dit sacrament eerder, het liefst als iemand zelf helder is en begrijpt wat er gebeurt.

Jezus Christus is degene die bij uitstek weet wat lijden is. Zijn liefde wordt dichtbij gebracht in dit sacrament. De zieke wordt gezalfd met daartoe speciaal door de bisschop gewijde olie. Dit geeft de zieke mens kracht om de ziekte door te maken, er zo mogelijk tegen te strijden en ook om, als het einde van het leven gekomen is, zijn leven in alle rust in de handen van God te leggen, in wiens hoede die mens voor eeuwig mag zijn.

Tot slot

U ziet de sacramenten zijn kostbare geschenken, die zichtbaar, tastbaar, voelbaar zijn voor de zintuigen. Er wordt niet alleen maar tegen de gelovigen gezegd: ga bidden en je zult God ontmoeten. Er wordt in de sacramenten echt iets geschonken, in een zichtbaar teken. Dat teken bestaat uit menselijke zaken: brood, wijn, water, olie, gesproken woord, handen die je opgelegd worden, enz. Maar in die menselijke zaken is Christus zelf aanwezig. Daarom doen zij iets met je, je wordt er anders, beter door. Je treedt als mens binnen in het goddelijke leven.